De beklimming van de Kilimanjaro

Deze maand is het vijf jaar geleden dat wij de Kilimanjaro beklommen. Sindsdien is ons leven niet meer helemaal hetzelfde. Het is verrijkt met een bijzondere ervaring en een onuitwisbare herinnering.

In februari 2012 prepareerden wij ons met z’n vijven op een poging de Kili tot en met de top te beklimmen. Hoewel we geen van allen echte diehard sporters zijn, hebben we toch een aardige conditie. We hebben in Nederland flink gelopen om ons voor te bereiden en we zijn er klaar voor. Op de middag voorafgaand aan de start van de beklimming hebben we een afspraak met onze twee gidsen Genes en Kombe om de hoofdlijnen van de trip nog eens door te nemen en vooral ook om onze uitrusting te inspecteren. Om niet meteen straatarm te worden, hebben we een groot deel van onze spullen bij elkaar geleend en gehuurd, maar ik heb wel geïnvesteerd in fantastische bergschoenen van het Duitse merk Hanwag. En daar heb ik geen moment spijt van gehad. Heel belangrijk is wel dat je met ingelopen schoenen de berg op gaat!

De Machame route

Er zijn verschillende routes naar de top. Wij hebben gekozen voor de populairste, de Machame route. Weliswaar is deze het langste (zes dagen bergop), maar hij is ook het minst stijl. Dat heeft als voordeel dat je zo geleidelijk mogelijk aan de hoogte kunt wennen. Want niet zo zeer de afstand als wel de hoogte is de grote uitdaging op deze trip. Iets waarop je je moeilijk kunt voorbereiden en waarvan het de vraag is hoe je lichaam daarop zal reageren. De mate waarin je last zult krijgen van de hoogte, dus van gebrek aan zuurstof, staat los van je conditie. Uiteindelijk zullen we bijna allemaal op enig moment last krijgen van misselijkheid en hoofdpijn, maar het blijft binnen de perken. Het devies: veel drinken, regelmatig eten en vooral: doe rustig aan. Pole pole!

De dragers zijn de echte helden

Behalve onze twee gidsen en een chef kok zullen er vijftien (!) dragers mee gaan. Aan dat idee moesten wij even wennen, maar je snapt het als je je realiseert wat er allemaal mee moet. Tenten om in te slapen, een mess tent om in te eten en de avond in door te brengen, voedsel voor een week, een chemisch toilet en vooral veel water. Om te drinken, om te koken en om je een klein beetje te kunnen wassen. Zelf draag je alleen je eigen dagrugzak. De dragers zijn zeer ervaren. Ze lopen sneller dan wij en zijn zodoende eerder bij de kampeerplaatsen. Daar zetten zij het kamp vast op en treffen voorbereidingen voor het eten. ’s Ochtends ruimen zij het kamp weer op, pakken alles in en vertrekken dus later. Dit heeft tot gevolg dat je elke dag ongeveer halverwege wordt ingehaald door je eigen dragers. Op die momenten wordt dat mooie gevoel dat je een bijna bovenmenselijke prestatie aan het leveren bent, weer eventjes gerelativeerd.

Van tropisch regenwoud tot gletsjerlandschap

Wat de trip heel bijzonder maakt is dat je door alle mogelijke verschillende klimaatzones loopt. Daardoor is iedere klimdag ook anders. De eerste dag loop je in tropisch regenwoud, de laatste dag in een landschap van gletsjers. Je ziet tijdens het lopen de begroeiing veranderen en tenslotte geheel verdwijnen. De omgeving trekt aan je voorbij als in een snel afgedraaide film. Hiermee hangt samen dat je bij een beklimming meestal ook veel verschillende weertypes meemaakt. Wij hadden zon, regen, mist, sneeuw en hagel. En hoe hoger je komt, hoe meer de elementen als een kakofonie om je heen draaien. Het is van belang dat je kleding niet alleen warm genoeg is, maar dat je ook verschillende lagen aan hebt, waardoor je kunt ‘pellen’ en je kunt aanpassen aan de snel wisselende omstandigheden.

Temperaturen kunnen tijdens de gehele beklimming variëren van plus 20 tot ’s nachts min 20 graden Celsius. Daar moet je slaapzak op berekend zijn, maar zo koud hebben wij het niet gehad. Wel flink beneden het vriespunt. Praktisch probleem daarbij is, dat je tijdens de klim (heel) veel moet drinken, waardoor je ’s nachts moet plassen. Dat is beslist niet fijn als het zo koud is en je moet je tent uit. Probeer daarvoor een zo praktisch mogelijke oplossing te verzinnen. Bedenk daarbij dat het pikdonker is. Zonder zaklamp kun je niet naar buiten. Handiger is een hoofdlamp.

Kamperen op grote hoogte

Op de berg zijn vaste plekken om te overnachten. Je kunt dus niet kamperen waar je wilt. Deze kampeerplaatsen hebben soms een eenvoudige toiletfaciliteit (zonder water), maar verder niets. Bijna altijd zijn er ook andere groepen. De mess tent die onze dragers hebben meegenomen is groot genoeg om met z’n allen in te zitten. Het eten is gezond en lekker. ’s Avonds kaarten we en gaan we vroeg slapen. De dragers hebben allemaal ook nog een andere functie. Zo is er naast de chef kok, een hulp kok, iemand die aan tafel bediend en zelfs iemand die de ondankbare taak heeft te zorgen voor het mobiele toilet. Er wordt water, thee en koffie gedronken. Geen alcohol. Op de een of andere manier is de behoefte daaraan ook nul. Het door mij meegebrachte heupflaconnetje whisky is na de tocht nog vrijwel vol. ’s Morgens word je gewekt met hete thee of koffie en een teiltje heet water waarmee je je een beetje kunt wassen. Daarna volgt een stevig ontbijt, inclusief gebakken eieren, dat een goede bodem vormt voor een nieuwe dag lopen. Iedere dag doen we voor vertrek een kleine ‘medical check’ waarbij vooral de hoeveelheid zuurstof in het bloed gecontroleerd wordt.

Op de toppen van ons kunnen naar de top

De dag dat we naar de top gaan, worden we om 04.45 gewekt voor een dag waarop we uiteindelijk 11 uur zouden lopen! Vlak onder de top ligt het letterlijk adembenemende Stella Point. Vanaf nu is het niet ver meer en als je eenmaal hier bent, is de kans dat je ook de top kunt halen groot. Maar uitgerekend op deze plek wil een van ons er de brui aan geven. Het is zo zwaar en het is hier al zo mooi dat de vraag zich even voordoet wat Uhuru Peak op 5.895 meter hoog nog meer te bieden heeft. Maar we gaan door en we halen de top waar we uiteindelijk 12 minuten zullen blijven. Sommigen van ons laten een traantje. Dan geeft Genes aan dat het genoeg is. We moeten nog helemaal terug naar Barafu Camp op 4600 meter waar we de laatste nacht op de berg zullen doorbrengen. Ook vanwege het gebrek aan zuurstof is het niet verstandig nog langer op de top te blijven. Onderweg naar beneden lopen we langs metershoge gletsjerwanden. Het is dezelfde witte laag die er vanuit Moshi uitziet als een topping van poedersuiker. Van dichtbij blijkt het iets anders te zijn.

De laatste dag vliegen we naar beneden. Zes dagen op, één dag neer, zo makkelijk kan het gaan. Het vraagt wel wat van de knieën, maar uiteindelijk komen we heelhuids beneden waar we feestelijk worden onthaald. Op naar de douche, op naar het bier en op naar schone kleren, maar vooral een onvergetelijke ervaring rijker.

Ons reisschema

Dag 1: Machame Gate (1800m) – Machame Hut (3000m)
Dag 2: Machame Hut (3000m) – Shira Camp (3840m)
Dag 3: Shira Camp (3840m) – Lava Tower (4630m) – Barranco Camp (3950m)
Dag 4: Barranco Camp (3950m) – Karranga Camp (4000m)
Dag 5: Karranga Camp (4000m) – Barafu Camp (4600m)
Dag 6: Barafu Camp (4600m) – Uhuru Peak (5895m) – Barafu Camp (4600)
Dag 7: Barafu Camp (4600m) – Mweka Gate (1600m)

Geef een reactie