Enge beesten

Bij dieren in Tanzania denkt u waarschijnlijk direct aan leeuwen, olifanten of giraffen. Bij enge dieren misschien als eerste aan cheetah’s of luipaarden. Ten onrechte. Wie zich op safari houdt aan de spelregels heeft niets van deze roofdieren te vrezen. Ze hebben het niet op u voorzien en ongelukken zijn dan ook uiterst zeldzaam. Wat dat betreft zijn de tracks door de Serengeti een stuk veiliger dan de A4. Zijn er dan geen dieren waarvoor u moet oppassen? Zeker wel. Wat dacht u van slangen, muggen en niet te vergeten baboons die zich als straatrovers gedragen?

Help, er zit een slang in mijn keukenkast

Laatst zat er bij vrienden van ons een slang in de keukenkast. En wij hebben er ook eens een in huis gehad. Dat is schrikken geblazen. Maar eng? Slangen lijken eng, maar zijn meestal betrekkelijk onschadelijk. Een slang bijt eigenlijk alleen in panieksituaties, bijvoorbeeld als je op hem trapt. Voorzichtigheid is er dus vooral op gericht om dat te voorkomen. Slechts één op de tien soorten is giftig en de beet van een gifslang is niet altijd dodelijk. Het is een keer gebeurd dat we een bevriende ‘local’ geld gaven om naar het ziekenhuis te gaan nadat hij door een giftige slang was gebeten. Dat geld werd echter onmiddellijk omgezet in alcohol en dat bleek ook te helpen. De arme man heeft er in elk geval niets aan over gehouden (behalve misschien een kater). Naar horen zeggen is de afgelopen vijftien jaar zelfs geen enkele Europeaan op vakantie door een slangenbeet om het leven gekomen. Toch moet je waar mogelijk oppassen, Er bestaan nou eenmaal wel degelijk gevaarlijke soorten.

Een paar tips:

  • Slangen zijn bange beesten en schrikken snel. De grond laten trillen door een paar keer flink te stampen is meestal al genoeg om ze te verjagen. Lawaai maken heeft geen effect omdat slangen doof zijn.
  • In de omgeving waar slangen zouden kunnen zitten (hoog gras, dicht struikgewas), draag je hoge schoenen en een lange broek. Als je de grond niet kunt zien, veeg je met een stok door het gras of de struiken voor je.
  • Verlicht in het donker de grond met een zaklantaarn. Veel slangen zijn met name ’s nachts actief.
  • Steek nooit je hand zomaar in een of ander gat of holletje, want daar zitten slangen graag (evenals schorpioenen).

De malariamug

Een ander beest om terdege rekening mee te houden is de malariamug die in vrijwel heel Afrika voorkomt en dus ook in Tanzania. De mug kan malariaparasieten overbrengen die een infectie kunnen veroorzaken. De parasieten vermenigvuldigen zich eerst in de lever en daarna in de rode bloedcellen. Maar de ziekte is gelukkig behandelbaar, mits je er op tijd bij bent. Een vroege diagnose is belangrijk. Het veronachtzamen ervan kan echter dodelijk zijn. Daarom is het in Tanzania belangrijk alert te zijn op de symptomen: koude rillingen, gevolgd door koorts, meestal voorafgegaan door een grieperig gevoel.

Het goede nieuws

Gelukkig zijn er voor reizigers malariatabletten beschikbaar die het risico vrijwel uitsluiten. U moet ze tijdens uw verblijf tot een week na thuiskomst dagelijks slikken. De bekendste zijn Lariam en Malarone. De laatste is populairder omdat de bijwerkingen geringer zijn. Mensen die in Tanzania wonen, gebruiken de tabletten niet. Wij ook niet. Wel hebben wij testjes in huis waarmee wij ons zelf en onze kinderen op de ziekte kunnen controleren en zo nodig kunnen laten behandelen door een arts.

Wat u verder zelf kunt doen is een insectenwerend middel met DEET gebruiken, ‘s avonds buiten uw armen en benen bedekken en altijd onder een klamboe slapen. Het klinkt misschien allemaal vrij serieus, dat is het ook, maar als u de juiste maatregelen neemt, is het risico minimaal. Overigens komt malaria niet overal even veel voor. In de het gebied van de meest bezochte wildparken, het noordoosten, is het risico relatief beperkt. In de kuststreken, bij het Victoriameer en op Zanzibar is het weer wat groter.

Houd de dief!

Misschien niet heel eng, maar dan toch wel intimiderend of op z’n minst irritant zijn de hordes baboons die zich ophouden in de bomen rond de entrees van de National Parks. Daar moet uw gids stoppen om bij de rangers het papierwerk in orde te laten maken. De meeste mensen stappen er even uit om de benen te strekken, het souvenirwinkeltje te bezoeken of om even wat te eten. Vooral op dat laatste wachten de baboons. Als ervaren straatrovers jatten ze voordat u het weet in het gunstigste geval uw banaan en in het ergste geval uw tas. Past u daar dus voor op!

Tanzania eng? Welnee!

Mits u de juiste voorzorgsmaatregelen treft, zijn de meeste risico’s vrijwel uit te sluiten. Een prettig idee.

Geef een reactie