Hoe de dik dik terugkeerde

Het was een kaal en stoffig landje. Het stukje grond dat wij een paar jaar geleden kochten. Het is hier vlakbij. Helemaal kaal gevreten door de kuddes van de Maasai die er jarenlang overheen trokken.

Het landje was dan wel kaal en stoffig, het uitzicht over de vallei en bij helder weer op de Kilimanjaro was er fenomenaal. Helaas was tegelijk met de begroeiing, ook de fauna grotendeels verdwenen. Sterker nog, er was geen beest te bekennen. Ook geen schaduw, want er stonden geen bomen. Dat verdiende deze prachtige plek niet. We besloten een poging te doen het land terug te brengen in de staat waarin het ooit geweest moest zijn. En van een dor en stoffig landje werd deze plek ons troetelkind.

Honderd kuilen vol met poep

We begonnen met het graven van ruim honderd gaten die we vulden met mest. Dat lieten we een paar weken liggen en vervolgens hebben we in ieder gat een boompje geplant. Kleine sprieten nog. We hadden wel tien verschillende soorten, zorgvuldig samengesteld, en ook aan de positie van de boompjes was zorg besteed. Er waren verschillende soorten zoals Acacia’s, en Mvule bomen.

Waterflessen als irrigatiesysteem

Een zelfgemaakt irrigatiesysteem moest de boompjes door hun eerste lastige levensfase heen helpen. Bij iedere boom stak ook een omgekeerde plastic waterfles van 1,5 liter in de grond. Voorzien van gaatjes zodat het water langzaam, verspreid over de dag, de grond in zou sijpelen. Iedere dag moesten de waterflessen gevuld worden. Wat een werk! We hadden hierbij het geluk dat er überhaupt water was. We konden de waterleiding van een naburige bebouwing doortrekken. Daarnaast riepen we de hulp in van enkele bevriende locals die ons wilden helpen met deze klus.

De terugkeer van de dik dik

Niet alle boompjes overleefden de kraamkamer. Maar verreweg de meeste wel. Sommige schoten zelfs omhoog. Afhankelijk van de soort. Na ongeveer twee jaar waren de boompjes groot genoeg om voor zichzelf te zorgen. De plastic flessen werden verwijderd, de wortels waren nu lang genoeg. Naast de bomen ontwikkelden ook het lange gras en het struikgewas zich nu weer. Er ontstonden schaduwplekken. Onmisbaar voor de aanwezigheid van wild. Groot was dan ook de opwinding en het plezier toen zich voor het eerst weer dik dik’s op het landje huisvestte. De dik dik is een kleine antilopensoort die in koppels leeft. Bijzonder van deze dieren is dat ze monogaam zijn en hun leven lang bij elkaar blijven. Naast de dik dik’s hebben we inmiddels ook miereneters, parelhoenen en een soort fazanten gezien, maar ook veel vogels en zelfs slangen zoals bijvoorbeeld de red spitting cobra.

Een eigen huis

Inmiddels zijn we een paar jaar verder. Op het landje stonden de restanten van een klein huisje. Een ruïne kun je wel zeggen. Dit huisje hebben we opnieuw opgebouwd. Het is nog steeds klein, maar groot genoeg om onze vriend, de local, in te kunnen laten wonen. Daarnaast hebben we een prachtige stenen barbecue gebouwd. Er is een goed geïrrigeerde groentetuin waarin de kinderen ook hun eigen stukje hebben, zodat ze zelf hun eigen wortel, biet, ui en sla kunnen oogsten.

Ons landje. We komen er graag. Alleen en starend over de vallei, met de kinderen die het er heerlijk vinden, of met familie of vrienden die we er uitnodigen voor een sundowner of een barbecue. En als we dan weer naar huis rijden, het is maar een kwartiertje met de auto, dan hebben we het gevoel zelf ook even op vakantie te zijn geweest.

Geef een reactie