Streetlife

Wie vanuit Moshi op safari gaat, rijdt vrijwel altijd richting Karatu. Voor Lake Manyara, Tarangire, de Ngorongoro krater en Serengeti moet je die kant op. Eerst de A23, dan vanaf Arusha de A104. Bij Makuyuni is een splitsing. Voor Tarangire ga je hier rechtdoor, maar voor de overige parken en voor Karatu sla je rechtsaf. Dit is een kleinere weg, de B144. Vaak plannen we na een eerste reisdag een overnachting in of bij Karatu. Vandaaruit zijn de verschillende parken de volgende dag gemakkelijk bereikbaar.

Een tube asfalt

De tocht van Moshi naar Karatu is circa 230 km lang. Ongeveer vier uur rijden en een geweldige kennismaking met het streetlife van Tanzania. Vooral als je hier voor het eerst rijdt, kijk je je ogen uit. Maar ook na eindeloos veel keren verveelt het nooit om hier ‘on the road’ te zijn. De weg lijkt uitgeknepen in het landschap uit een enorme tube gevuld met asfalt. Zowel links als rechts van de weg beland je onmiddellijk in onverhard terrein. Belijning ontbreekt op de meeste plaatsen.

Met motor…

In onze veilige Landcruiser maken we deel uit van een merkwaardige processie. Er rijden gloednieuwe, vette pick-ups (Afrikanen houden van bling bling), maar ook stokoude auto’s zonder verlichting, scheef hangend, met gebarsten ruiten en banden waar het canvas doorheen komt. Datzelfde geldt voor het vrachtvervoer. Je ziet blinkende Mercedes trucks, maar veel meer rochelende en rokende vrachtwagens, die vaak te hoog of te zwaar beladen, langzaam en in de eerste versnelling de heuvels opkruipen. Daar tussendoor lichte motorfietsen met veel chroom van onbekende merken maar altijd Chinees. Vaak ook staan de berijders ervan ook in groepjes verzameld op kruispunten om hun taxidiensten aan te bieden. Autobussen, van en naar de richting Dar Es Salaam, zonder uitzondering te hard rijdend en gevaarlijk inhalend. Het kitscherige spuitwerk belichaamt altijd een thema: Jesus, The Lord of Mohammed, maar even zo makkelijk Manchester United, Juventus of Bob Marley. Veel kleinere mini busjes, zogenaamde dalla dalla’s, stoppen elke paar honderd meter om passagiers in en uit te laten. Vol? Geen probleem. Een beetje duwen en bij elkaar op schoot zitten helpt.

… of zonder motor

En dat is dan nog maar het gemotoriseerde gedeelte. Aan de kant van de weg heb je de fietsers, ook ‘s avonds consequent zonder licht, met hoog opgestapeld brandhout op een plankje achterop. De berijder niet meer zichtbaar. Links en rechts de immer kleurrijk geklede vrouwen met hun manden, kruiken, teilen of emmers op hun hoofd. Kuddes met geiten, gehoed door jongetjes van hooguit twaalf jaar. Meestal zijn daar ook wat ezels bij. Deze laatste doen hun reputatie eer aan door zich met regelmaat te laten aanrijden. Dodelijk geraakte dieren, vaak ook honden, worden niet opgeruimd. Ze worden net zo vaak overreden tot ze geheel in het wegdek zijn opgegaan. Waar kuddes zijn, en die zijn er heel veel, zijn ook Maasai te vinden. Met hun lange, slanke gestalten en hun prachtige traditionele kleding zijn ze onmiddellijk herkenbaar. Ze zien er al eeuwen zo uit. Het enige verschil is dat ze tegenwoordig naast hun speer of machete ook een mobiele telefoon dragen. Ze lopen altijd kilometers… waarheen weet niemand.

Arusha

We naderen Arusha. Het landschap wordt Afrikaans grootsteeds. Hier zijn files, drukte, getoeter en geschreeuw, het is een leven van belang. Helaas ook wat onveiligheid hier. Uw gids zal uw vragen de ramen te sluiten. Straatrovers kunnen het op uw camera voorzien hebben. Een van de mogelijke routes door Arusha is een weg die volledig omzoomd wordt door schitterende paarse jakaranda’s. Als u in het bloeiseizoen in Tanzania komt, is het de moeite waard om met uw gids te bespreken deze iets meer tijd kostende weg te nemen. Na ruim een uur rijden we Arusha weer uit. We rijden nu op de A104.

Back on the track

We herkennen het straatbeeld weer van vóór Arusha. Nog dik honderd kilometer tot de afslag naar Karatu. Links en rechts nu en dan grotere of kleinere dorpen met soms een markt. Vuurtjes die een wat zoetige, caramelachtige geur verspreiden. Kraampjes met groente en fruit. Geen compacte kraam, maar langgerekt langs de weg. De schalen met tomaten, rode uien, mango’s en avocado’s zijn allemaal in een mooie piramide-vorm opgestapeld. Trek? Even stoppen en vanuit het autoraam heb je zo een paar heerlijke bananen gekocht met een smaak waar een Nederlandse supermarktbanaan niet aan kan tippen. Over eten gesproken: we zien onderweg ook veel local restaurants. Allemaal met een barbecue. Vooral veel geit en kip. De Tanzanianen houden van veel vlees. We raden u aan om zeer voorzichtig te zijn met local food. Eigenlijk liever niet. Het is nummer drie van ons lijstje: drink heel veel water onderweg, was regelmatig je handen en eet geen streetfood.

Tussen de bebouwing langs de weg door, is er voldoende ruimte voor prachtige landschappen. Licht heuvelachtig en fantastisch van kleur. Wat verder van de weg zien we ook de boma’s liggen. De Maasai dorpen met een grote kraal voor het vee in het midden en de traditionele ronde hutjes er omheen. De kuddes van die jongetjes waar we het over hadden, rusten ‘s nacht allemaal in zo’n boma. En ja… dan hebben we misschien toch ook een idee waar die Maasai mannen heen lopen.

Op naar Karatu

We naderen Makuyumi. Hier slaan we rechtsaf, richting Karatu. Dit is een kleinere, smallere weg. Het is inmiddels middag en het is warm. Het is gezellig in de auto, maar we hebben nu ook zin in onze lodge. Misschien even zwemmen straks. In elk geval lekker opfrissen en tijd voor een sundowner met het prachtige Afrikaanse avondlicht. Dan een heerlijk diner en dan morgen op safari! Maar daarvoor nog zo’n heerlijke Afrikaanse nacht tussen de kraakheldere witte lakens. Ik sluit mijn ogen en denk aan een Engelse uitspraak die nu wel heel treffend is: the journey is the destination.

Geef een reactie