On the road in Tanzania

Ze vallen meteen op in het soms chaotische Tanzaniaanse straatleven: de safariauto’s. Te midden van de kuddes geiten en ezels, de mannen met handkarren en de vrouwen met torenhoge lasten op hun hoofd, herkent u ze direct door hun hoge bouw, de reservewielen achterop en de logo’s van de touroperators. Zonder uitzondering zijn het Landrover Defenders of Toyota Landcruisers waarvan de laatste in de meerderheid zijn en de strijd met de Landrovers lijken te winnen. Er zijn natuurlijk verschillen. De iconische en tot de romantische verbeelding sprekende Landrover heeft schroefveren en een 2,5 liter dieselmotor. De modernere Landcruiser biedt meer comfort door zijn bladveren aan de achterkant, grotere 4,2 liter motor en surplus aan ruimte voor de chauffeur.

Maar er is ook veel hetzelfde. In principe zijn het standaard, vierwiel aangedreven auto’s die door een gespecialiseerd carrosseriebedrijf worden omgebouwd tot safariauto. Dat betekent dat zij in veel gevallen compleet door midden gezaagd worden (geen paniek, dat gaat goed) en verlengd worden. De capaciteit wordt meestal vergroot van 5 tot 9 stoelen. De bovenkant van de ramen wordt opgetrokken voor een beter zicht rondom, en het dak wordt vervangen door een groot uitsteldak wat het mogelijk maakt om staande vanuit het dak te fotograferen of te filmen. Tot slot worden de auto’s gespoten in een klassieke safarikleur en wordt het interieur voorzien van stofhoezen. Omdat er soms grote afstanden zonder tankstations moeten worden afgelegd, heeft de Landcruiser twee brandstoftanks met een totale inhoud van ongeveer 180 liter. Er zijn standaard twee reservewielen aan boord.

Trots op de auto

Het leven van een safariauto gaat niet over rozen. Wel vaak over hobbels en door kuilen en zelfs door waterpartijen. Als er geen nijlpaarden in de buurt zijn tenminste. En dan zijn er nog de beruchte wasbordwegen. Vooral die laatste zijn een zware aanslag op vering, schokbrekers en veel overige onderdelen. Safariauto’s rijden enorme afstanden per jaar. Dit intensieve gebruik brengt met zich mee dat het onderhoud van de auto’s vaak net zo intensief is. Het vraagt ook om de nodige zorg en toewijding van de driver. Een hechte band tussen auto en chauffeur is vooral zichtbaar wanneer drivers in vaste dienst van een safaribedrijf zijn en een ‘eigen’ auto hebben. Vaak is een driver dan trots op ‘zijn’ auto en brengt een personal touch aan, bijvoorbeeld in de vorm van een extra bescherming tegen stof op het dashboard of een speciale houder voor zijn waterfles of verrekijker. Tip: drink veel water, ook onderweg. Een goede chauffeur zal u daaraan herinneren.

Veiligheid voorop

Als gast zal het u in zo’n safariauto aan weinig ontbreken. U zit ruim, altijd aan het raam zodat u gegarandeerd bent van een goed zicht. En lekker hoog, dat geeft een veilig gevoel. Als het goed is zijn er koelboxen aan boord en is er in de vakken voldoende ruimte voor persoonlijke spullen. Het allerbelangrijkste blijft natuurlijk altijd een goed opgeleide chauffeur die veilig rijdt. Zowel op de soms wat hectische wegen als off-road in het onvoorspelbare stof van de fabelachtige nationale parken. Bij een degelijk en betrouwbaar safaribedrijf bent u daarvan verzekerd. Makasa is zo’n bedrijf.

Safari Njema! (Goede reis!)

2-on-the-road

Geef een reactie