Trompetteren in Tarangire

Deze week gaan we op bezoek bij een van de grootste olifantenpopulaties in Tanzania. In Tarangire National Park. Vanuit Moshi rijden we via Arusha richting Dodoma. Deze weg maakt deel uit van de Great North Road, de pan-Afrikaanse ‘snelweg’ die van Caïro naar Kaapstad loopt. De ingang van Tarangire vinden na zo’n 200 kilometer.

Tarangire National Park

Het is een lang en smal park dat 1360 km2 beslaat en grotendeels langs de rivier de Tarangire loopt. De rivier stroomt het park in het zuiden binnen en loopt bijna helemaal tot het noorden om vervolgens in het westen uit te monden in het Burunge meer. De natuurlijke vegetatie, acaciabos en enorme baobabs, wordt afgewisseld door grote moerasgebeden die als een magneet op wilde dieren werken. De moerassen zorgen met hun zwarte modder voor sappige grasgebieden, terwijl langs het water hoge bomen staan, waaronder vijgenbomen, tamarinden en zogenaamde ‘sausage trees’, worstenbomen.

Zijn olifanten sterker dan auto’s?

Vlak nadat we het park zijn binnen gereden, is het al meteen raak. We zien twee olifanten vlak bij de weg. Zo’n tien meter van ons vandaan. We stoppen om de dieren goed te kunnen bekijken. Het zijn twee mannetjes, pubers nog. Kwajongens die ons even flink willen laten schrikken. Ze klappen met hun oren, trompetteren en komen vervaarlijk in onze richting. ‘Rijden’, roept iemand in de auto. Om geen enkel risico te nemen doen we dat dan ook maar. Ons dochtertje van zes vraagt: ‘kunnen olifanten onze auto omgooien?’ Naar waarheid antwoorden we ‘ja… dat kunnen ze’. Achteraf hadden we beter niet zo eerlijk kunnen zijn. Bij iedere volgende ontmoeting met olifanten, al waren ze nog zo ver weg, kneep zij haar ogen stijf dicht, of liever nog dook zij weg bij onze voeten. Gelukkig ging het de volgende dag alweer een stuk beter.

Daarna kloppen alle verhalen die we over Tarangire gehoord hebben. We zien in twee dagen tijd honderden olifanten. Ze zijn hier het hele jaar. Olifanten leven in matriarchale groepen. De vrouwtjes bij elkaar, onder leiding van de oudste of grootste koe. Het zijn over het algemeen families, en vrouwtjes blijven hun hele leven bij deze groep. Zodra er meer dan tien dieren in een groep zijn, zal de groep zich splitsen. Vriendschappelijke banden worden onderhouden tussen verwante vrouwtjes uit verschillende groepen. Mannetjes leven in losse mannengroepen. Maar er zijn ook ‘lonesome cowboys’. Oude mannen die eenzaam voort sjokken, op weg naar… tsja… waar naar toe?

Een prehistorisch landschap

Net zoals de olifanten een overblijfsel lijken te zijn uit de prehistorie, geldt dat ook voor de baobabs die het landschap domineren  Deze karakteristieke bomen kunnen duizenden jaren oud worden. Ze zien er uit alsof ze ondersteboven staan, met de wortels in de lucht. Dit kenmerkende uiterlijk van de bomen maakt ze erg fotogeniek. Hun silhouet steekt prachtig af tegen de horizon, vooral bij zonsondergang. Sommige bomen zullen er wat minder fraai uit zien. Dat komt door de olifanten die er dol op zijn. Ze bevatten veel water en vooral in de droge maanden doen de olifanten zich daar graag aan te goed.

Oersterk maar toch zo kwetsbaar

De olifanten hebben in het verleden enorm onder de stropers te lijden gehad, maar hebben zich hier, door het CITES-verbod op de handel in ivoor, sterk kunnen herstellen. Nu zijn de olifanten weer de hoofdbewoners van Tarangire. Zij hebben het voor het zeggen. En laten we het met z’n allen vooral zo houden.

4-1-trompetteren-in-tarangire

Geef een reactie